Nieuwjaarsboodschap: "Ik vecht voor ons allen. Ik vecht voor een beter morgen."

Nieuwjaarsboodschap Jerry Afriyie:
“Ik vecht voor ons allen. Ik vecht voor een beter morgen.”

Op dinsdag 9 januari was Jerry te gast in RUW, het discussiepodium in Babel (de voormalige bibliotheek) aan de Hinthamerstraat in Den Bosch. Jerry sprak onderstaande nieuwjaarsboodschap uit en nam deel aan een debat met Karin Lammers, voorzitter van Stichting Intocht Sint Nicolaas ’s-Hertogenbosch en Herman Vuijsje, socioloog/journalist en schrijver van het boek ‘Zwartijkers’. De avond bij RUW werd gepresenteerd en geleid door Ruud Geven. 

Goedenavond, 

Ik wens je een liefdevol jaar in 2019. Alles wat ik voor mezelf en mijn gezin wens, wens ik ook jou minimaal toe. Als je gezond bent, hoop ik dat je gezond blijft, als je op welke manier dan ook niet op volle kracht bent, wens ik je beterschap toe. Ik wil jullie allen bedanken voor je aanwezigheid en dat ik hier met je mag zijn.

Mijn naam is Jerry Afriyie. Ik ben vader van twee prachtige kinderen van wie ik zeer veel houd: een Nederlandse jongen en meisje van 15 en 8 jaar oud. Ze worden liefdevol opgevoed met de leefregel: “Jij bent niemands mindere en niemand is jouw mindere.” Zij zijn de toekomst van dit land, net als hun leeftijdgenoten. 

Ik ben naast vader en dichter mede-initiatiefnemer en oprichter van Stichting Nederland Wordt Beter. Stichting Nederland Wordt Beter richt zich op een toekomst zonder racisme en uitsluiting. De organisatie bestaat uit een collectief van ouders, dichters, kunstenaars, leerkrachten, studenten, academici, historici en andere betrokkenen. Zij leveren vrijwillig een bijdrage aan een beter Nederland.

Ik ken Den Bosch niet zo goed. Maar een jaar of tien geleden nam ik de trein vanuit Hoorn naar Utrecht. Ik was de hele dag bezig geweest met het monteren van een videoclip van talentvolle jongeren die ik aan het begeleiden was in Amsterdam. Het was de laatste trein en naarmate de reis vorderde, werden mijn ogen zwaarder en zwaarder, totdat ik wakker schrok van het fluitgeluid van de conducteur. Ik keek half slaperig uit het raam en zag dat wij een station uitreden. Op een blauw bord stond Station Utrecht. Zo strandde ik in Den Bosch. Uiteraard was ik toen niet zo blij om er te zijn als ik nu ben. Het werd overnachten in een hotel of een taxi nemen naar Utrecht. Ik miste mijn gezin, dus werd het het laatste. 

De afgelopen jaren ben ik een vaste gastdocent van het Koning Willem 1 College in Den Bosch. Ik ontmoette drie jaar geleden een docent tijdens een conferentie in Amsterdam, waar ik een presentatie gaf over onze campagne Zwarte Piet is Racisme. Ze vroeg mij na afloop of ik zo’n presentatie op haar school kon komen verzorgen. Ze vond het spannend. Hoe zouden de leerlingen reageren? Wordt het een bloedbad of een constructief gesprek, zoals ik het haar voorhield? Ondanks haar twijfels zette ze het door. En het resultaat is dat ik ieder jaar welkom ben en steeds meer van haar collega’s een beroep op mij doen. Die mensen kun je niet langer wijsmaken dat ik een gewelddadige zwarte man ben. Alle leerlingen zijn nog heel. Gezond en wel!

Voor veel mensen is het moeilijk te beseffen dat een vader die beweert voor zijn kinderen op te komen, misschien, heel misschien de moeite waard is om in het echt te ontmoeten en met die persoon van gedachten te wisselen. Ik weet dat steeds meer mensen onze kant opschuiven en ons niet langer zien als het gevaar, zoals menigeen – en vooral pro-pieters – het doet voorkomen. Die mensen hebben permanent een plek in mijn hart. Maar er zijn nog steeds mensen die mij het licht in de ogen niet gunnen. Mijn voorkeur voor een gesprekspartner gaat uit naar de laatste groep. Niet omdat ik van conflict houd, maar omdat wij het samen moeten doen. U en ik. Mijn kinderen en uw kinderen. Wij moeten dit prachtige stukje aarde genaamd Nederland samen tot volle wasdom brengen. En als er hiervoor gesprekken nodig zijn, bij wie kan ik dan het beste beginnen dan de mensen die mijn goede bedoelingen in de wind slaan. Of wantrouwen.

Wantrouwen

Ik zal mijn goede bedoelingen met u delen. Maar eerst wil ik ingaan op waar dat wantrouwen mogelijk vandaan komt. In de jaren ‘60 en veel verder terug, naar de slavernij, hebben wij, om onszelf te definiëren, ‘de ander’ geschapen. We noemden de ander slaaf, gastarbeider, en die was alles wat ‘wij’, de witte dominante groep, niet waren. Maar wie de ‘ander’ was, waar de ‘ander’ vandaan kwam en wat de ‘ander’ zelf wilde, deed er allemaal niet toe. In ons superieure gevoel wisten wij het zeker: de ‘ander’ was blij, omdat wij blij waren. De afgelopen jaren zagen we dat het niet zo werkt. Het idee dat de gastarbeider weer terug zou gaan naar land van herkomst, nadat hij ons gediend had, is aan diggelen geslagen. Wij waren in de veronderstelling dat de tot slaafgemaakten altijd slaaf zouden blijven. Een plan B, zoals wat te doen als zij zichzelf bevrijdden, was er simpelweg niet. We deden in ieder geval alsof die mogelijkheid niet bestond. 

Maar de realiteit is dat niemand zijn biezen gaat pakken. De voormalig gastarbeiders hebben hier families, hun kleinkinderen zijn inmiddels autochtonen. Slavernij is anders uitgepakt dan men had gehoopt. Het werd op papier in 1863 afgeschaft, en in de praktijk in 1873. Nu eist ‘de ander’ gelijkwaardigheid. Radicale gelijkwaardigheid. Radicale gelijkwaardigheid betekent niets anders dan wat u voor uzelf en uw kinderen wenst. Namelijk een gelijke behandeling in gelijke gevallen. Zoals Artikel 1 het voorschrijft. Je zou denken, dat moet kunnen, maar zoals je ziet in de discussies rondom genderongelijkheid, racisme en homofobie is het allesbehalve vanzelfsprekend. 

Voor eventjes leek het er voor de buitenstaander op dat Nederland ‘de ander’ in haar hart had gesloten. Maar nu die ander mee wil praten over de richting van ons prachtige land, haar gevoelens deelt, keert het o zo tolerante gastland zich tegen de ander. Op allerlei manieren en met alle middelen ter hand wordt de ander duidelijk gemaakt dat hij niets te zeggen heeft en anders maar moet oprotten. ‘De Nederlander’ wantrouwt de ander, vooral de ander die voor zichzelf en lotgenoten opkomt. En ‘de ander’ die nu binnenkomt, zoals de vluchtelingen. ‘Wat als die vluchtelingen besluiten om te blijven?’ In andere woorden, we hebben onze les geleerd. 

Angst

De reden dat er weerstand is tegen asielzoekers, vluchtelingen, migranten en ook tegen de aanstaande verandering van zwarte piet, is omdat men bang is om de controle te verliezen, dat de ander niet feilloos zal voldoen aan de eenzijdige verwachtingen. Als de nakomelingen van de tot slaaf gemaakten en gastarbeiders ons op hun blote knieën zouden bedanken, en gratis onze tuin maaiden, straten schoonhielden, niet meer dan twee kinderen baarden en misschien wel belangrijker: niet streefden naar gelijkwaardige kansen en een gelijke behandeling, had niemand het in Nederland over hogere muren gehad, had niemand het over “homeopathisch verdunnen” gehad. Dan hadden we veel minder moeite met de nieuwe nieuwkomers. Het idee dat alle Nederlanders, ongeacht afkomst en kleur, dezelfde kansen krijgen, boezemt angst in de harten van velen onder ons. Zijn die angsten terecht? Ik kan niet voor anderen praten. Ik kan niet in de harten van andere mensen kijken. Ik kan alleen in mijn eigen hart kijken en voor mezelf praten. Vanuit het diepste van mijn hart, van mij heeft u niets te vrezen, behalve de waarheid. 

Beter

En de waarheid is: wij kunnen beter. Veel beter. Wij kunnen vandaag beter dan gisteren. En morgen beter dan vandaag. Dat zou het streven moeten zijn. Iedere dag opnieuw onze voet een stap verder plaatsen. Wij hebben niet voor het verleden gekozen. Het verleden heeft ons uitgekozen. Wij hebben geen zeggenschap gehad over dat nare verre verleden dat ons op de hielen zit met haar sporen. Wij hebben alleen zeggenschap over de toekomst. Echter, de toekomst is niet morgen. De toekomst is vandaag begonnen. 

Inclusiviteit schrikt u af. U ziet een wereld voor ogen die niet langer meegaat met het oude gedachtegoed, een land dat niet langer vanzelfsprekend doet wat u wilt, maar dat aan de behoeften van al haar inwoners, kinderen, tegemoet wil komen. Het nieuwe samenzijn, om het leefbaar te maken voor ons allen, vereist dat wij vaarwel zeggen tegen ongelijkheid, klassisme en racisme, maar ook tegen genderongelijkheid. Toen ik opgroeide, was het vanzelfsprekend dat de liefde alleen toegankelijk was voor man en vrouw. Nu blijkt dat een leugen te zijn. En zo kwam ik er van de ene op de andere dag achter dat ik beter kan. Jij kunt ook beter.

Ik vraag je om ook dit jaar je beste beentje voor te zetten. Sluit dit mooie land in je hart, houd haar stevig vast en sla daarna je armen om haar heen. Ze heeft je nodig. Zorg voor haar ouderen. Zij die na de oorlog de handen uit de mouwen staken. Zorg voor de kinderen, geef ze een feest dat geen een van hen buitensluit en waar niemand zich voor hoeft te schamen. Ik heb geen haat in mijn hart. Ik vecht niet tegen mensen, ik vecht tegen onrecht. Onrecht dat anderen aangaat: antisemitisme, homohaat, islamhaat en seksisme. Ik vecht voor mijn kinderen en voor mijn gemeenschap: onder andere voor diversiteit in kinderboeken, tegen racisme, etnisch profileren, kansenongelijkheid en zwarte piet.

Ik vecht voor ons allen. Ik vecht voor een beter morgen. 

Dank u wel.

Facebook
Google+
Twitter
LinkedIn

voor info en boekingen

Bureau Van Dam

© Jerry Afriyie 2019