"De politie hoort ons te beschermen, maar de politie is bang voor ons."

"De politie hoort ons te beschermen, maar de politie is bang voor ons."

Speech Jerry Afriyie tijdens eindjaarsbijeenkomst Caribisch Netwerk Politie op 14 december 2018.

Het was een zomerdag. Ik droeg een korte broek, een t-shirt en gympies. Meer had ik niet aan. Mijn neefje kwam mij ophalen met de auto. Hij stond met de auto in winkelcentrum Venserpolder in Amsterdam Zuidoost geparkeerd, terwijl ik eten aan het bestellen was voor ons beiden. Eenmaal in de auto reden wij richting onze bestemming. Vlak voor de Arena zagen wij sirenes. Ik keek over mijn schouder en zag twee politieauto’s, een motor en een busje. Wij werden gemaand om aan de kant te gaan staan. Dat deden we, nog altijd in verwarring. De agenten liepen naar onze auto toe met getrokken pistolen. 

Een politieagent instrueerde mij om uit de auto te stappen met mijn handen omhoog. Ik vroeg wat er aan de hand was, maar ik kreeg geen gehoor. Wij werden onder dreigende taal hardhandig gefouilleerd, onze identiteitsbewijzen en het rijbewijs werden gecontroleerd, en ook de auto. Nog altijd weten we niet wat er aan de hand is. Een agent vuurde vragen op mij af waaruit ik kon afleiden dat ze iemand zochten met een vuurwapen. Maar voordat ik op zijn vragen kon ingaan, liep een andere agent op hem af. Ik hoorde geroezemoes. Hij gaf geïrriteerd mijn identiteitsbewijs af: “Hier!” Vervolgens stapten ze in hun auto, busje, en op hun motor en reden ze weg. Wij, twee jonge mensen van begin twintig jaar, bleven verbouwereerd achter.

Als klein jongetje romantiseer je het politiewerk, waarschijnlijk door de films die je op tv ziet. Toen ik klein was, hadden alle jongetjes in hun top drie van wat ze later wilden worden politieagent staan. Politie was cool: je mag boeven vangen, je hebt aanzien en je mag een pistool dragen. En dat uniform maakte het helemaal af. Mijn dochter is nog altijd gefascineerd door de politie. Mocht een agent haar tegenkomen terwijl hij in uniform is, hoop ik dat hij de rest van de dag vrij heeft, want ze heeft heel veel vragen. “Vangt u boeven?”, “Wat doet u met die stok?”, “Is dat pistool echt, wauw wat vet”, enzovoort. 

Die fascinatie deelde ik ook toen ik haar leeftijd had. Net voordat ik mijn pubertijd bereikte, veranderde bij mij die fascinatie voor de politie in angst. Ik kom uit de Bijlmer. Een mooi stadsdeel met heel veel jonge mensen. Ik leef tussen mensen van verschillende nationaliteiten en culturen. Het gaat vaak goed samen, ondanks dat we geteisterd worden door armoede. Zwarte mensen zijn veruit in de meerderheid. Maar de agenten die wij op straat en op het politiebureau tegenkomen, zijn wit en komen meestal uit de andere kant van het land. Het zou niet uit mogen maken, maar als je twee verschillende werelden bij elkaar brengt en je geeft de ene macht over de andere, kan ik u beloven dat het snel fout zal gaan. 

Als jongetje in de Bijlmer moest ik treiteringen, racistische scheldpartijen en constante dreigementen van de politie trotseren. Ik begreep het niet en was in de war. Waarom behandelt de politie ons als criminelen en niet als volwaardige burgers, vroegen wij ons af. We wilden in onze jonge jaren agent worden. Dat romantische beeld wordt echter verstoord wanneer je in verschillende situaties, waarin je volgens de wet onschuldig bent en je diep in je hart weet dat je niets hebt misdaan, angst wordt ingeboezemd door het optreden van diezelfde politie. 

Angst speelt een grote rol in de relatie tussen de politie en zwarte Nederlanders. We groeiden op toen de jeugdvoorzieningen een voor een dreigden te verdwijnen. Na schooltijd stonden we van de ene op de andere dag voor permanent gesloten buurthuizen, en niet zonder gevolgen. Samenscholing werd niet getolereerd en zo kwamen wij op zeer jonge leeftijd al in aanraking met de politie. Wij waren jong maar de behandeling die wij kregen, scheelde weinig van hoe er met onze ouders, ooms en andere familieleden werd omgegaan. Ik kan de keren niet tellen dat ik onterecht staande werd gehouden. 

De politie hoort ons te beschermen, maar de politie is bang voor ons. De politie trekt snel hun pistool en even snel worden wij bedreigd door agenten. Mensen zijn van flatgebouwen doodgevallen, omdat ze op de vlucht waren voor de politie. Hun enige misdaad was dat ze niet beschikten over de juiste documenten. Ik heb ouderen, mensen die mijn oma en opa hadden kunnen zijn, vernederd zien worden. Kwam ik ‘s morgensvroeg van werk, werd ik gevolgd door de politie totdat ik mijn huis binnenstapte. Dit zijn enkele van de vele voorbeelden van ervaringen die ik heb gehad met de politie. Veel zwarte mensen, met name jongens en mannen, hebben dit soort verhalen. De politie, veelal jonge mensen afkomstig uit een witte omgeving, terroriseerde de wijk en wij konden alleen maar hopen dat ze iets overkwam. Het is in de natuur van de mens om haat met haat te beantwoorden. Maar het hoeft niet zo te zijn.

Politieagenten zijn in de ogen van mijn dochter stoer. Ik ken weinig mensen die vinden dat de politie afgeschaft moet worden of dat de samenleving zonder de politie af kan. Het belangrijke werk dat jullie doen is onmisbaar en mag nooit ondergewaardeerd worden. Iedere ochtend opstaan en de deur uitlopen, niet wetende of je weer huiswaarts keert, of je collega’s heelhuids weer bij hun geliefden terugkeren. Het is een risicovol beroep voor weinig centen en ik ben de laatste om de moeilijke keuzes die iedere dag op jullie pad komen te onderschatten. Het politiewerk is complex en het is dan ook normaal dat er fouten gemaakt worden. Fouten zijn niet een automatisch groen licht om alle politieagenten over één kam te scheren. 

Waar het mij om gaat, is hoe de politie met die fouten omgaat, welke lessen ze eruit trekt en hoe men communiceert met de betreffende persoon en/of gemeenschap. Die terugkoppeling mis ik vaak wanneer de politie de fout ingaat. Het beeld dat ik door mijn ervaringen aan de politie heb overgehouden, is dat de politie nooit een fout maakt. Zelden komen discriminerende agenten in de problemen. We zien juist vaak dat het OM en het hoofd van de politie de rotte appels binnen het korps in bescherming nemen. Binnen het korps geven agenten aan dat ze gediscrimineerd of onheus bejegend worden. Wij willen meer vrouwen bij de politie, maar seksisme moet je maar voor lief nemen. Nou, als zelfs uw collega-agenten, mensen die onderdeel uitmaken van uw belangrijke beroep, zich al onveilig voelen, hoe zou de burger die zo’n racistische, seksistische agent tegenover zich krijgt er dan vanaf komen?

Het lijkt erop dat we steeds vergeten dat agenten ook maar mensen zijn. Ja, de politie zorgt voor een veilige samenleving met alle gevaren van dien. Maar ze zijn ook vaders, moeders, vrijwilligers, buren, kennissen en óók moordenaars, verkrachters, drugs- en alcoholverslaafden. Alle verleidingen die wij als burgers moeten zien te weerstaan, gelden ook voor agenten. Als je de politieacademie hebt afgerond, verdwijnen verleidingen niet als sneeuw voor de zon. Diezelfde politieacademie, die verantwoordelijk is voor de transitie van een burger naar agent, versterkt juist sommige aspecten, zoals vooroordelen, racisme en etnisch profileren.

Tijdens mijn opleiding tot beveiliger kregen wij bij het behandelen van terrorisme, drugsvangsten en dieven, bijna uitsluitend beelden te zien van niet-witte mensen. Alle positieve voorbeelden werden geïllustreerd met witte mensen en vrijwel alle negatieve voorbeelden met niet-witte Nederlanders. Nou, stelt u zich voor dat ik niet kritisch onderlegd ben en mijn werkgever mij op pad stuurt, naar wie denkt u dat ik zal uitkijken, als ik hoor dat er een overval is gepleegd? Mijn vooroordeel-lampje gaat aan en zonder signalement dat uitsluitsel geeft, ga ik op zoek naar een zwarte Nederlander of Nederlanders met een Noord-Afrikaanse afkomst.

Ik heb vandaag de kou niet overwonnen om hier te zijn om u te vertellen hoe u uw werk moet doen, dat weet u veel beter dan ik. Noch ben ik er om u te vertellen wie het personeelsbestand moet gaan inkleuren, ook al zou het mooier zijn met ook gekleurde stiften. Ik vraag enkel aan u om uw werk serieus te nemen, zo serieus dat u het zich niet kan permitteren om fouten te maken, zo serieus dat u, wanneer u fouten maakt, er alles aan doet om daar lering uit te trekken, zo serieus dat u iets gaat doen aan uw blinde vlek en aan machtsmisbruik in arme wijken. Zo serieus hoop ik dat u uw werk neemt. U allen heeft een ongekende macht zodra u dat uniform aantrekt, en die macht komt met een grote verantwoordelijkheid die u niet kan en mag onderschatten.

Ik doe heel veel activiteiten met jongeren. Ik ben geen jongerenwerker, maar ik zie potentie en kansen weggelegd voor die jongeren en ik wil dat ze die mogelijkheden niet alleen zien maar ze ook grijpen. Ik vertel ze altijd dat ze, gezien hun jonge leeftijd, nog bijna alles kunnen worden wat ze willen. We hebben het vaak over verschillende beroepen. Eén van de beroepen die nooit aan bod komt, is politieagent. Want ik weiger om ze op een carrièrepad te sturen waar ze zich in de bedrijfscultuur moeten invechten, alvorens ze hun werk kunnen doen. Ik vertik het die jonge mensen, die ik zie als mijn broertjes en zusjes en de toekomst van ons prachtige land, een onveilige omgeving in te sturen. 

Ik hoop dat ik er, in de nabije toekomst, met uw hulp voor kan zorgen dat bij de politie ook voor hen een kans ligt. Daarvoor zijn drie dingen nodig: Vakmanschap, leiderschap en representatie. Zoals agenten van mij voorbeeldig gedrag verwachten, verwacht ik hetzelfde van agenten. Het mag niet zo zijn dat agenten ontslag kunnen krijgen voor porno kijken tijdens het werk en niet voor etnisch profileren en (intern) discrimineren. Ik zie hier veel agenten die op mij lijken in de zaal, maar als de politietop een meeting heeft, kan iedereen die op mij lijkt thuis blijven. U ziet, er is werk aan de winkel. Tijd voor verandering, zonder goedpraterij van foute agenten, zonder doofpot-affaires en zonder machtsmisbruik op straat en aan de top, maar op weg naar het veilige gevoel dat de politie er voor ons allen is en dat, ongeacht je afkomst en kleur, ook voor ons allen de top van de politie te bereiken is.

*Het Caribisch Netwerk Politie van de Eenheid Amsterdam heeft zowel een interne als een externe focus. Het netwerk biedt steun en advies aan haar leden. Daarnaast adviseert het netwerk, gevraagd en ongevraagd, de eenheid over voorliggende (diversiteits)vraagstukken. Tevens is het netwerk actief op het gebied van werving en selectie en streeft het naar een organisatie die qua samenstelling op alle niveaus een afspiegeling vormt van onze diverse en kleurrijke buitenwereld. Tenslotte slaat het netwerk bruggen naar deze buitenwereld door zich herkenbaarder en beter benaderbaar voor deze gemeenschappen te maken.

Facebook
Google+
Twitter
LinkedIn

voor info en boekingen

Bureau Van Dam

© Jerry Afriyie 2019